Het make-up meisje

Tegenover me zat een meisje van ik schat bijna twintig. Ze was erg mooi.
Het winterse zonlicht bescheen perfect haar gezicht. Haar ogen hadden een kleur die het midden hield tussen grijs en blauw. Haar huid was gaaf en zag er uit alsof het net zo zacht was als een schapenkleedje (wat gek is natuurlijk, zo zonder wol). Haar mond was perfect gevormd. Symmetrisch, volle lippen, niet te groot voor haar fijne gezicht. Haar dikke bos donker glanzend haar was in een nonchalant staartje gedaan.

De trein reed over het hobbelige spoor richting Utrecht. Ze opende de grote handtas op haar schoot en haalde er een spiegeltje uit met turquoise bloemetjes erop. Ze hield het in haar hand terwijl ze met de ringvinger van haar andere hand haar wang iets naar beneden trok en met een oogpotlood tussen duim en middelvinger een grijs lijntje onder haar ogen maakte. Ik verbaas me er altijd over hoe kundig sommige meisjes dat kunnen, zo met één hand in een bewegende trein. Als ik dat zou proberen zou het op mijn kin belanden vermoed ik. Minstens. Ik zou eruit zien als Sneeuwwitje die na een nacht vol drank en drugs zich onder handen had laten nemen door zeven dwergen en vervolgens een nacht door de regen had gelopen. Maar dit meisje draaide haar hand er niet voor om.
Soms knipperde ze met haar ogen terwijl ze naar het plafond keek waarna ze zichzelf opnieuw bekeek en het lijntje wat aanpaste. Het was duidelijk dat ze precies wist wat ze wilde zien en nam er dan ook ruim de tijd voor. Draaide haar hoofd iets naar links. Draaide haar hoofd iets naar rechts. Keek dan opnieuw in het spiegeltje. Eerst van veraf, daarna van dichtbij.

Naast haar zat een oudere vrouw met haar dat nog niet overtuigend grijs was, maar ook niet meer het kastanjebruin van vroeger. Ze had een ribfluwelen broek aan en draaide haar hoofd zo nu en dan om het meisje te bekijken. Zij had ook oogpotlood op. Blauwe. Het was alleen niet zo effectief, omdat er vlak onder haar ogen wat rimpeltjes zaten die de boel verhulden. Ik probeerde me voor te stellen wat ze dacht. Misschien vond ze het ijdel, misschien vond ze het bewonderenswaardig. Misschien ook deed het haar denken aan vroeger en kwamen er nu herinneringen boven die al jaren verborgen waren geweest. Misschien bedacht ze zich dat ze ook eens grijze oogpotlood moest proberen.

Nu was het tijd voor de mascara. Ze grabbelde in haar tas en haalde er één tevoorschijn. Het was een blauwe, dat was niet goed. Ze grabbelde verder en draaide er nog één open. Deze was bruin, dat was ook niet goed. Uiteindelijk vond ze de juiste: de zwarte.

Even kundig kleurde ze haar wimpers donker en ik raakte steeds meer onder de indruk. Vooral ook van het effect: de kleur van haar ogen leek steeds helderder te worden. Ineens werd ik aangestaard door twee grote bambi-ogen. Als ik een man was geweest, of op vrouwen had gevallen, was ik nu spontaan in katzwijm geraakt. Nu voelde ik me vooral betrapt. Wat onhandig deed ik alsof het toeval was dat we elkaar aankeken en ik richtte mijn blik snel uit het raam. Het leek haar niet echt iets te kunnen schelen.
Daar zaten we dan. Twee generaties die een derde nauwkeurig in haar bewegingen volgden.

Toen haalde ze een tube tevoorschijn. Ze plaatste met het spul vlekjes op haar wangen, kin, voorhoofd en neus. Verhip, daar zag ik moedervlekjes. Ik had ze nog niet eens gezien. Ze waren me totaal niet opgevallen. En nu smeerde ze er zomaar creme overheen in de kleur van haar huid. Weg waren de moedervlekjes.
Mijn bewondering maakte plaats voor teleurstelling. Een licht verdriet, bijna.

Moedervlekjes, die hebben toch wel iets heel bijzonders. Het zijn de kleine geheimpjes op iemands lichaam die je nooit meer vergeet. Je gaat je eraan hechten. Je onthoudt ze, ookal ben je allang niet meer samen. Houd je allang van nieuwe moedervlekjes. Ik dacht terug aan mijn eerste vriendje. Nu, vijftien jaar later weet ik nog steeds waar ze op zijn lichaam zaten. Zo vaak had ik ze gekoesterd en gevolgd met mijn vinger. Stip, stip, stip op zijn bovenarm. Onder de haartjes op zijn buik. Ik hield van die stipjes.
Ik keek weer naar het meisje. Net zat hij er nog: een klein licht moedervlekje links naast haar neus. En nu was hij weg. Haar huid leek nog gaver. Ze had zo een foto uit een magazine kunnen zijn. Ik vond het jammer.
Toen ze daarna haar haren los deed was de perfectie compleet. Ze was nog steeds mooi, absoluut. Maar haar houding was veranderd en haar ogen pasten er niet meer bij.

In Ede-Wageningen stapte ze uit. Ik probeerde me voor te stellen wie ze op het station zou treffen. Zouden het haar vriendinnen zijn? Meiden die stilletjes tegen haar schoonheid opkeken? Of misschien haar vriendje. Zou hij doorhebben dat ze er zoveel moeite in stopte om hem zo mooi mogelijk tegemoet te komen lopen?
Of misschien ging ze wel naar haar werk. Werk in een koffiehuis waar niemand haar echt zag en ze een lelijk bedrijfsshirt moest dragen.

Ik doe het ook, elke ochtend. Als een gewoonte. Streepje hier, streepje daar. Wat mascara. Het is niet veel. Heb ik ook moedervlekjes in mijn gezicht? Ik zou het niet weten. Mijn vriend vindt het maar raar, dat geschilder. Vind ik mezelf eigenlijk mooier met make-up?
Zou haar vriendje haar mooier vinden zonder?

En toen moest ik ineens denken aan dit clipje.
Ach.
Zo erg was het allemaal nu ook weer niet.

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s